Proza

Plonia Loeve, het boek over haar leven


Gun jezelf een mooi boek, voor een paar gezellige uurtjes!
Een voorproefje:
Zijn de letters op de pagina's te klein? Druk op je toetsenbord
de toetsen ctrl, shift en +  tegelijkertijd een paar keer in,
totdat de weergave groot genoeg is.
Plonia maakte twee wereldoorlogen mee. In haar levensverhaal
vertelt ze welke impact deze oorlogen op haar leven hadden.
Ook die dramatische nacht in 1953 had gevolgen voor haar...
Verder lezen? Bestel het boek via de webshop




- - - - - - -

Het leven van mijn oma

Mijn oma heeft altijd gedaan wat er van haar verwacht werd.
 Bij haar geboorte, op 17 februari 1913, lag de blauwdruk van haar leven al klaar. Ze zou moeder en huisvrouw worden, zoals bijna alle Hardinxveldse meisjes. Geboortekaartjes waren er niet toen ze ter wereld kwam; alleen de rijken lieten dergelijk drukwerk maken. In de zomer van het jaar na Annigjes geboorte begon de Eerste Wereldoorlog. Belangrijke levensbehoeften werden schaars en de regering liet distributiebonnen maken. Toch leed het gezin Loeve geen honger, weet ik uit de overlevering.

Timmerman

Annigje ging net als haar moeder Plonia tot haar twaalfde jaar naar school. Als ze een jongen was geweest, was ze graag timmerman geworden. Het zat er niet in; ze moest in de huishouding aan de slag, onder andere bij ene meneer Verschoor in Buitendams. Als huishoudelijk hulpje werkte ze van zeven uur 's morgens tot zeven uur 's avonds. Daarmee verdiende ze 75 cent per week. Anders dan haar moeder Plonia werd Annigje wel voorbereid op haar eerste menstruatie.

Toen ze zeventien was, vond ze dat ze ook maar eens aan de man moest. Tegenover leeftijdgenootjes wilde ze bewijzen dat ze best een jongen kon krijgen, vertelde mijn moeder. Toen Ruub van Houwelingen belangstelling toonde, ging ze op zijn avances in. Aanvankelijk had ze weinig tijd voor Ruub. De strenge huishoudster van haar werkgever liet haar keihard werken. Als Ruub 's avonds kwam, lag ze vaak al doodmoe op bed. Later vond ze een andere werkgever.


Mijn oma Annigje van Houwelingen Loeve op haar trouwdag. Mijn opa
heette: Ruub van Houwelingen.
In 1937 trouwden Ruub en Annigje. Ruub verdiende de kost als groenteboer. Hij verbouwde zelf groenten en stond voor dag en dauw op om naar het land te gaan. Ook ging hij naar de veiling. Onder alle weersomstandigheden trok hij er met zijn kar op uit om zijn klanten te voorzien van aardappels, fruit en groenten.

Ruub was een stuk nonchalanter dan de precieze Annigje; hij morste jus op het schone tafellaken, ruimde zijn rommel niet op en liet het corrigeren van de kinderen graag aan Annigje over. Hoewel Annigje soms moeite had met de nonchalance van Ruub, voelde ze zich tegelijkertijd tot hem aangetrokken door zijn vrolijke karakter. Zijn onbekommerde houding bood een tegenwicht aan haar neiging tot bezorgdheid en haar perfectionisme. Annigje kon hartelijk lachen om de grapjes en anekdotes van Ruub. In de avonduren lazen ze elkaar regelmatig stukjes voor uit de krant.

Fout van de baker

In 1938 baarde Annigje haar eerste kind, dat zwaar verstandelijk gehandicapt bleek te zijn. Dat was het gevolg van een fout van de baker, die te lang wachtte met het waarschuwen van de dokter. Annigjes zoontje liep een hersenbeschadiging op. Toen dokter Huting arriveerde, was het onheil al geschied. Mijn moeder vertelde: "In het dorp werd gezegd dat baker Dirkje de Ruiter het leuk vond als de baby er al was als de dokter arriveerde. Dan was ze er trots op dat zij de bevalling had gedaan. Er is dus in onze familie wel enig verwijt geweest."

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Annigje 27 jaar, moeder van een gehandicapt kind en in verwachting van mijn moeder Plonie, die in augustus 1940 werd geboren. In verband met de mobilisatie moest Ruub in die periode een aantal maanden van huis weg. Het was een onzekere tijd voor Annigje. Toch, na Ruubs terugkeer, ging het leven ook weer vrij gewoon door. Annigje deed het huishouden, had elke maandag een enorm werk aan de was die met de hand gedaan moest worden, en zorgde voor de kinderen. Ruub ging weer met zijn groenten langs de deuren. Soms kon hij mensen helpen die honger leden. 's Avonds hoefde Annigje niet meer in een koud, leeg bed te kruipen. Nog tijdens de oorlog, in 1943, werd hun derde kind geboren, een meisje. In 1945 volgde een gezonde zoon: Arie. Een paar jaar later was Annigje opnieuw zwanger. Haar vijfde kind, een zoon, werd geboren in 1947. Hij was bijna twee jaar oud toen mijn oma een tweeling kreeg: twee meisjes. In 1952 kreeg ze haar achtste en laatste kind, een jongen.


Arie verongelukt

In het jaar 1958 vond er voor de tweede keer in Annigjes leven een dramatische gebeurtenis plaats: haar twaalfjarige zoon Arie verongelukte. Op 12 februari van dat jaar botste hij met een brommer op een bus. Na schooltijd was Arie zijn vader gaan helpen met het wegbrengen van kaarten waarop mensen hun bestelling van pootaardappelen konden invullen. Ruub had de brommer al buitendijks gereed gezet, zodat Arie het voertuig niet meer tegen de dijk op hoefde te duwen, want dan liep hij het risico dat Annigje dit zou zien. Zij was erop tegen dat haar twaalfjarige zoon brommer reed.

Arie werd begraven op 17 februari, op Annigjes verjaardag. Zo bleef haar verjaardag altijd verbonden met het verlies van haar eerste gezonde zoon. Ze kon Arie's spullen lang niet opruimen. Over haar verdriet zei ze: "De scherpe puntjes gaan ervan af, maar het blijft altijd."


Annigje van Houwelingen-Loeve met haar oudste dochter Plonie. De foto is gemaakt
in de Peulenstraat in Hardinxveld, 1941.

Annigje had het met haar grote gezin veel drukker dan haar moeder Plonia, die 'slechts' twee dochters kreeg. En natuurlijk beschikte Annigje nog niet over alle huishoudelijke apparaten die mijn moeder later zou hebben. In 1949 kreeg mijn oma een primitieve voorloper van de wasmachine: een houten kuip met een motortje eronder. Het motortje dreef een schoep aan die het wasgoed heen en weer bewoog. Annigje moest wel zelf voor het heet water zorgen. Dat kookte ze op een 'waterfornuis'. Onder in het fornuis stookte ze hout van sinaasappelkistjes die Ruub voor haar had kleingemaakt.

Een heel enkele keer maakte Annigje een uitstapje. Op 1 november 1955 schreef mijn vijftienjarige moeder in haar dagboekje: 'Vanmorgen is Moe om 20 over 9 vertrokken. Met bestemming Rotterdam. Ze blijft daar drie dagen.' In Rotterdam logeerde Annigje bij familie. Mijn moeder zwaaide de scepter over de huishouding.


Pechvogels

Het leven van Annigje speelde zich grotendeels af in haar huis en haar dorp. Wat zou ze hebben gedaan als ze meer bewegingsvrijheid had gehad? Ze hield van tuinieren, waarschijnlijk zou ze dat vaker zijn gaan doen. En orgel spelen en borduren, als een dame van stand. Maar ook als ze over zeeën van tijd had kunnen beschikken, was ze in ieder geval niet buitenshuis gaan werken. Alleen arme vrouwen en weduwen moesten dat doen, of de ongetrouwde mejuffrouwen die waren 'overgebleven' en niet tot de betere stand behoorden. Annigje beschouwde hen als pechvogels.
Het woord zelfontplooiing moest nog worden uitgevonden. En Jet Bussemaker was nog niet geboren.


Plonia Loeve-Weppelman en Annigje van Houwelingen-Loeve


Geitenmelk

In het geïllustreerd volkstijdschrift 'Eigen Haard' (no. 2 van het jaar 1902) las ik een mooie tekst over geitenmelk:
Plonia's geit Gijsje.

'Het is een bekend en betreurenswaardig feit, en wetenschappelijk bewezen, dat drie vijfden van alle runderen aan meer of minder gevaarlijke en besmettelijke ziekten lijden, waaronder tubercculose (bij het rundvee "parelziekte" geheten) het eerst genoemd moet worden.

Niet zonder reden eischen de geneesheren daarom, dat de koemelk, voor zuigelingen bestemd, vooraf gesteriliseerd wordt, teneinde de daarin voorkomende schadelijke bacillen te dooden. De sterilisatie-apparaten van Soxhlet en anderen spelen dan ook bij de moderne kindervoeding een belangrijke rol. De laatste onderzoekingen hebben echter bewezen, dat door het koken in bovengenoemde apparaten wel de bacillen gedood worden, maar tevens de zoo behandelde melk voor den zuigeling moeilijker te verteren is, terwijl haar voedingswaarde aanzienlijk vermindert. In den laatsten tijd hebben zich dan ook vele stemmen tegen de sterilisatie verheven.
Bij geitenmelk zijn deze voorzorgsmaatregelen onnodig; de geit is namelijk het gezondste van alle huisdieren, en wat haar melk een onschatbare waarde geeft, is dat zij geheel vrij is van tuberculose. Dit laatste is vooral van belang voor de kindervoeding. Dr. Dettweiler, de bekende autoriteit op dit gebied, schrijft hierover het volgende: "Geitenmelk is de gezondste, daar zij aan den eenen kant wat haar samenstelling betreft het meest met de moedermelk overeenkomt en dus voor het menschelijk organisme bij uitstek geschikt is, terwijl zij aan den anderen kant tengevolge van de onverwoestbare gezondheid van het dier bijna geen bacteriën bevat en in de eerste plaats vrij is van tuberkelbacillen. (...)"
Bovendien is geitenmelk niet alleen de gezondste, maar ook, zooals de chemische analyse aantoont en de ondervinding ten opzichte van kinder- en veevoeding bevestigt, veel rijker aan voedingsstoffen dan koemelk, terwijl zij in smaak gerust met deze laatste wedijveren kan.
Bij vele menschen, en merkwaardig genoeg juist in de hoogere standen, bestaat een zekere afkeer van geitenmelk. Dit is een gevolg gedeeltelijk van het onzindelijke voorkomen van vele geiten, gedeeltelijk van den enigszins onaangenamen, scherpen smaak van de melk van slecht verzorgde en verkeerd gevoede geiten. Vooral geiten van arme menschen zien er dikwijls onzindelijk uit, terwijl zij meestal op zeer onverstandige wijze gevoed worden.

Bij doelmatige voedering en verzorging wordt geitenmelk echter, wat zindelijkheid en smaak betreft, niet overtroffen door koemelk."




Brief van de opa van mijn bet-overgrootvader

Mijn moeder heeft ooit een brief overgeschreven die in 1880 is geschreven door Melis Veldhuizen. Deze Melis was de opa van mijn bet-overgrootvader Gerrit Weppelman. (Gerrit Weppelman was de vader van Plonia.) Melis schrijft dat een van zijn zoons - dus een oom van Gerrit - is overleden.

Scherpenzeel, 26 augustus 1880

Geachte kleinzoon!

Deeze dient om U de treurige tijding meede te deelen, dat het den Almagtigen beschikker van Leeven en Dood behaagd heeft, mijne geliefde zoon, Jan Veldhuizen, heden morgen ten 5 uuren, in den ouderdom van 60 jaren, het tijdelijke met het Eeuwige te doen verwisselen, eene langdurige en kwijnende ziekte, maakte aan zijn voor mij nog zoo dierbaar leven een einde, daar ik in hem, op mijne hoogen leeftijd nu al mijn troost mis.


Aanstaande maandag, 's middags 12 uuren heeft de begrafenis plaats, en het zal mij hoogst aangenaam zijn Uw daarbij tegenwoordig te zien, ik houde mij van uwe deelneeming overtuigd, en noeme mij Uwe bedroefde Grootvader.


M. Veldhuizen


Melis Veldhuizen werd geboren in 1791. Toen zijn zoon Jan overleed was hij al 89 jaar oud. Tijdens zijn werkzame leven was hij bakker en herbergier.


Bericht uit het verleden

Beschrijving van een ontmoeting met Plonia die nooit heeft plaatsgevonden. Een reis door de tijd.

De moeder van mijn oma is verbaasd als ik haar keuken binnenstap.
'Ik geloof niet dat wij elkander kennen', zegt ze wat onzeker.
Haar blik betast voorzichtig mijn gezicht, op zoek naar een herkenningspunt.
'U bent de oma van mijn moeder', vertel ik haar. Nu herkent ze me, niet van vroeger, want haar tijdbalk scheerde langs de mijne. Ze herkent me aan mijn wangen en mijn ogen. Instemmend knikt ze: 'Plonie's dochter'.

Ik mag gaan zitten aan haar keukentafel. Koffiebonen tikken in haar molen. Terwijl ze maalt, borrelt water boven het petroleumstel. We drinken koffie uit haar eeuw, zo vers als wat.

Ik haal een boekje uit mijn tas, toon haar foto's van ons nageslacht.
Naar mijn dochters kijkt ze lang. 'Je hebt twee meisjes, net als ik'.
Ze gaat verder met het snijden van een kool. Ik help haar en droog borden af, stel vragen over vroeger, wat eigenlijk 'nu' is; haar heden, mijn verleden.

Ze vertelt me over waterpompen, het eerste water uit de kraan, de eerste auto in het dorp. Mijn eigen tijd is toen, bij haar begonnen.

Dat ik kan autorijden, boeken schreef en Engels spreek, in Jeruzalem en Wenen ben geweest, dat vindt ze fabelachtig. Van internet en Twitter snapt ze niks, maar van mijn stoomstrijkijzer wil ze alles weten. Over vrouwenrechten heb ik niet gesproken. Ik vind Plonia te onderdanig, te gehoorzaam aan haar man. Ik zou eens met de vuist op tafel slaan. Zij zal dat strijdig vinden met de Schrift en het kerkelijk huwelijksformulier.


We schillen appels uit haar boomgaard en we praten. De pan is zomaar vol. Ze vraagt of ik blijf eten, dan zetten we de tijd nog even stil.

Als de maaltijd gaart op het petroleumstel, neemt ze me mee haar moestuin in, met over de sloot een lege polder, waar leeuweriken zingen, en later ook een wielewaal.
Aan het einde van de avond, als ik weer door de tijd moet reizen, wil zij haar eeuw niet ruilen voor de mijne. En ik wil juist naar 2012 terug. Maar: mijn stoomstrijkijzer had ze graag gehad. En ik haar stille, lege polder, samen met die wielewaal.

Anne Marie Hoekstra


- - -

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...