Bezoek aan een koeienstal

Boer Hendrik begon met één geit, nu heeft hij wel vijf koeien.
Hardinxveld, 9 januari 1913

Beste Anne Marie,

Nood leert bidden, zo zegt men. Mogelijk heb je het bij 't rechte eind met jouw verhandeling over kerkgang en kwetsbaarheid.

Arme stakkers

Verhalen over watervloeden heb ik in mijn familie wel horen vertellen. Het water bleef soms maanden op het land staan. De mensen sneden onder water liezen en biezen af, droogden die en voerden ze aan de beesten. Wat een armoe hebben die stakkers gekend.

Vanmiddag was ik even bij boer Hendrik. Zijn vrouw Stijntje maakt kaas. Die lieden zijn begonnen met één geit. Die gaf zoveel melk dat ze ervan konden verkopen. Toen konden ze een tweede geit aanschaffen. Stijntje had nóg meer melk en ging kaasjes maken. De opbrengst was genoeg voor een derde geit. Zo boerden ze vooruit, totdat ze hun eerste koe konden aanschaffen. Nu hebben ze al vijf koeien. Hendrik is een echte boer geworden.

Rembrandt

Ik mag graag in de stal van Stijntje en Hendrik komen. Die warme koeienlijven, de beesten die je met grote ogen aankijken, het licht van een lantaarn dat hun koppen in zacht schijnsel zet, het is allemaal net of Rembrandt het tafereel geschilderd heeft.

Hendrik zei dat het gaat vriezen. Zijn koeien stonden in de grond te krabben, dat duidt op temperaturen onder nul, zegt 'ie.

Schroeiplek

O, wat ik je nog wilde vertellen: zondag had Rina een flinke schroeiplek in haar rok doordat ze de zoom in haar voetenstoof met hete kolen had laten hangen. Je weet, het is 's winters erg koud in onze kerk, vandaar die stoof. Mens, mens, wat zijn we geschrokken. Het gebeurde gelukkig pas bij 't zingen van de laatste Psalm. Rina ging op een holletje de kerk uit.

Je liefhebbende Plonia

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...