Wieg en Waterloo

Vader heeft de prachtige krullen met haast onzichtbare
verbindingen aan elkaar gesmeed.
Hardinxveld, 8 december 1912

Beste Anne Marie,

Het portret van mijn overgrootvader Melis Veldhuizen ken ik. Het hangt bij mijn ouders aan de wand. Mijn vader spreekt met hoogachtig over zijn grootvader, die overigens niet vóór Napoleon heeft gevochten maar tégen hem. Welnu, het is voor jou natuurlijk wel erg lang geleden allemaal. Ter herinnering aan de slag hebben wij op 18 juni Waterloodag; dan wappert nog altijd een vlag op het gemeentehuis.

Wieg

Ik kan je melden dat vader de wieg heeft voltooid. Vind je hem niet prachtig? Neeltje heeft er bekleding voor gemaakt. Ik verbeeld mij dat het de mooiste wieg van het dorp is.

Hoe is het weer bij julie? Ik prijs mij gelukkig dat het bij ons nog niet vriest. Als het feest van Sint Nicolaas voorbij is, begin ik altijd naar het voorjaar te verlangen. Dwaas, want de winter moet nog beginnen. Maar ach, wat kan het guur zijn in de maanden die nog voor ons liggen. IJsbloemen op het vensterglas in de slaapkamer, rode schrale handen van de kou, de ijzige wind die je in 't gezicht blaast zodra je de deur opent, het steeds maar weer opstoken van de kachel en het fornuis en misschien wel het ergst van alles: de koude in de kerk.

Eén stel kleren

Toch wil ik niet klagen. Kleine Gerrit vertelde me over zijn klasgenootje Kees, die vorige maand op twee linkerklompen naar school kwam omdat er een gat in zijn rechterklomp zat. Nu komt hij helemaal niet meer naar school. Waarschijnlijk omdat zijn linkerklomp ook is versleten. Het is in december te koud om met kapotte klompen naar school te komen. Bij de mensen op zolder schijnt het net zo hard te waaien als buiten; onder de pannen zitten geen planken. En ze hebben maar één stel kleren, dus als die na 't wassen voor de kachel moeten drogen, kruipen ze in bed. Nu, dan hebben wij het toch maar erg goed.

Je liefhebbende Plonia

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...