Brief van de eerste tijdreizigster

Jouw brief aan Arie, vanuit 2012 naar 1912,
zou in een museum belanden.
Ottoland, 28 december 2012

Hey Plonia,

Ik vind het echt niet kunnen, dat Arie allerlei besluiten neemt zonder die met jou te bespreken. Hij mag dan degene zijn die de hoepmakerij leidt, jullie financiële situatie gaat ook jou aan.Misschien is het goed als je Arie vertelt dat hij zijn bedrijf alleen kan uitoefenen omdat jij voor maaltijden, schoon wasgoed, jullie geit, kippen en moestuin zorgt. En straks voor jullie kind. Het maakt mij boos dat hij niet meer met jou overlegt. Maar ik realiseer me dat zijn houding bij jullie normaal gevonden wordt. Het gaat er in jouw dorp zo anders aan toe dan bij ons.

Hoe zou jij de gang van zaken in mijn dorp ervaren? Wat zou jij in een brief aan Arie schrijven als jij bij mij op bezoek zou kunnen komen? Zoiets denk ik:

'Waarde echtgenoot,

U moet weten dat ik in goede gezondheid verkeer. De omstandigheden ten huize van mijn achterkleindochter zijn comfortabel, doch onwennig. Omgangsvormen zijn in onze ogen soms onfatsoenlijk, maar zoo moet men er toch niet over denken. Ander tijden, andere zeden, zoo is het toch?

Lange onderbroek
Vanmorgen ben ik geschrokken. Wij wandelden in het dorp toen er een vrouw met losse haren voorbij kwam rennen, slechts gekleed in een lange onderbroek en een vreemd hemd. Ik dacht: zij is vanuit haar ziekbed de straat op gerend, vluchtend voor een gevaar. "We moeten haar helpen", sprak ik tot mijn achterkleindochter. Zij keek mij slechts bevreemd aan. Toen ik mijn zorg kenbaar maakte, lachte ze. Het schijnt zoo te zijn dat men hier regelmatig in lange onderbroeken rondrent. Het is om aan de conditie te werken.

Op hol geslagen paarden
Alle mensen beschikken over een automobiel. Fraai zijn deze voertuigen niet. Na lang aarzelen ben ik vanmiddag in zoo een voertuig gestapt. De hele rit heb ik de stoel vastgehouden. Somtijds sloot ik de ogen, want het was alsof het automobiel werd getrokken door wel twintig op hol geslagen paarden. Welnu, zonder het hoefgekletter dan. En er is nog iets wonderlijks: er zit ook een kacheltje in. Men hoeft daar geen kolen, turf of hout in te doen.

Koud zonder ijs
U zoudt uw ogen niet geloven als u hier bij mij was, zulke vreemde dingen zie ik hier. Onze nazate heeft een kast die koud blijft zonder ijs. En wat daar allemaal in staat en ligt! Sappen van allerlei vruchten, potten jam, een tros druiven (midden in den winter), heel dun gesneden plakjes vlees voor op den boterham, chocolade, sausen voor bij de warme maaltijd… het is meer dan ik kan opnoemen.

Snoepwinkel
En op de boterham eet men lekkernijen die in een snoepwinkel niet zouden misstaan. Er is zelfs een smeersel dat veel wegheeft van gesmolten chocolade. Het is geen wonder dat er veel dikke mensen in het dorp wonen. Er is niemand die met honger naar bed gaat, dat kan ik u verzekeren. Men gooit zelfs regelmatig voedsel weg! De mensen zouden het overschot toch tenminste aan hun geit kunnen geven, maar ja, die bezitten zij niet.

Véél meer zou ik u kunnen schrijven, maar alle indrukken hebben mij zo vermoeid dat ik nu mijn ogen ga sluiten. Zodra ik terug ben, zal ik u alles vertellen. U moet mij beloven, dat u mij niet voor leugenaar zult uitmaken.


Uw liefhebbende Plonia'


Deze brief zou jou beroemd maken; de brief van de eerste tijdreizigster. Misschien wel net zo beroemd als Aletta Jacobs.

Groet!
Anne Marie

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...