Armoedig en toch voornaam

Onze voertuigen hebben allemaal twee bomen,
het lamoen. Toen ik voor het eerst een auto-
mobiel zag, vond ik het maar vreemd: een
wagen zonder lamoen.
Hardinxveld, 26 september 1912

Beste Anne Marie,

Of ik Adriana Kamsteeg-Tieleman ken? Zeker! Vorige week heb ik haar nog gezien. Ze zat samen met haar man in de Tilbury van boer Verspui, bij wie Kamsteeg knecht is. Weet jij eigenlijk wel wat dat is, een Tilbury? Dat is een klein rijtuigje op twee wielen, met een zwarte kap erboven. Er kunnen twee mensen in. Ik weet dat Ariana en haar man de Tilbury af en toe mogen gebruiken om op bezoek te gaan bij familie in Groot-Ammers. Zo'n rijtuigje is erg geschikt om over slechte wegen te rijden. Verspui heeft een exemplaar met een kap van wasdoek en een fraai gebogen lamoen. Er hoort een leren voetenkleed bij.

In een rijtje voor de plee

Als ik Kamsteeg en zijn vrouw zo voorbij zie rijden, zien ze er bijna voornaam uit. Maar dat zijn ze niet hoor, ze zijn arm. Ze hebben geen kelder, daarom zetten ze hun Keulse potten in de kelder van een overbuurvrouw, mevrouw Koster. En hun plee delen ze met de buren. Als ik over de dijk voorbij hun huis loop, zie ik soms een heel rijtje kinderen die voor de plee op hun beurt staan te wachten. Ook als het regent.

Adriana is een heel godvruchtige vrouw. Ze gaat regelmatig bakeren in arme gezinnen die geen geld hebben om een baakster in te huren. Dan doet ze de was van de kraamvrouw én van haar eigen grote gezin. De Jo die jij gesproken hebt zal haar jongste kind zijn. Als ik het kleintje nog eens zie, zal ik eraan denken dat jij haar ook kent!

Je liefhebbende,
Plonia

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...