Een jongen zonder moeder

Pieters huishoudster Aartje.
Hardinxveld, 14 juli 1912

Beste Anne Marie,

Over mijn neefje Gerrit had ik je nog niets verteld, dat is waar. Ik heb inderdaad een periode voor hem gezorgd, nadat zijn tweede moeder in 1909 overleed. Zijn vader, mijn broer Pieter, is toen uit Boskoop teruggekomen naar zijn geboortedorp Hardinxveld. Hij moest natuurlijk de kost verdienen. Maar wie moest er voor zijn moederloze zoontje zorgen?

Slim kind


Ik heb een betrekking gezocht voor halve dagen en kon me toen over de zevenjarige Gerrit ontfermen. Ook kon ik mijn moeder helpen, die dat jaar zestig was geworden. Pieter kwam bij mijn vader in de smederij werken, in het pand in de Peulenstraat dat jij op 7 maart hebt bezocht.
Gerrit is een lief en slim kind. Hij stelt me allerlei vragen, waar ik soms geen antwoord op weet. 'Tante Pleuntje', zegt hij dan, 'hoe komt het dat je niet moet lachen als je jezelf kietelt?' Of: 'Waarom hebben andere kinderen hun eerste moeder nog en zijn er bij mij al twee moeders gestorven?'

Dagdromen


Nu ik getrouwd ben, zorgt een huishoudster voor mijn broer Pieter en zijn zoon Gerrit. Die huishoudster heet Aartje. Een lieve vrouw, een goedige ziel. Ze had vroeger een garen- en bandwinkeltje in het dorp. Gelukkig komt Gerrit nog vaak bij me op bezoek. Ik moet bekennen dat ik hem verwen. Vaak krijgt hij een kaaskontje van me, of gedroogde appeltjes. Of het stuk pudding dat is overgebleven van de zondag. Op school gaat het erg goed met hem. Hij wil later geen smid worden, zoals zijn vader. 'Ik wil op de postkoets gaan rijden', zegt hij. 'En als dat niet kan, dan word ik directeur en heb ik mijn eigen koets.' Ik laat hem maar dromen, ik geloof niet dat dagdromen kwaad kan.

Uw liefhebbende,
Plonia

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...