Weer vrouwenstemrecht

Hardinxveld, 16 maart 1912

Aagje Hoogendoorn wil weer een Hardinxveldse afdeling van de Bond voor Vrouwenstemrecht oprichten, want de vorige is een paar jaar geleden opgeven. Ik kwam haar tegen op de dijk, toen ik melk was wezen halen.
'Ik weet het niet hoor Aaichie', zei ik tegen haar. 'Is het nou zo nodig? Onze mannen weten toch meer van politiek dan wij? En de meeste vrouwen zouden op dezelfde partij stemmen als hun man. Dus dan verandert er toch niks.'
Aagjes schudde haar hoofd. 'Pleuntje toch', zei ze. 'Vroeger mochten gewone arbeiders, zoals jouw man, ook niet stemmen. Wat vind je daar dan van? Rijke heren vonden dat het gewone volk geen verstand had van politiek. Maar ieder heeft zo zijn belangen. Daar mogen wij als vrouwen toch ook voor opkomen?'
De volle melkkan woog zwaar in mijn handen. Ik liet hem steunen op het raamkozijn van het huis waar we voor stonden.
'Kunnen die politici soms regelen dat het ophoud met vriezen als mijn handen 's winters schraal zijn en vol kloven zitten?' vroeg ik. 'Of kunnen ze ervoor zorgen dat het altijd droog weer is op wasdag? En dat ik op maandag niet om vier uit mijn bed uit hoef om de was te doen?'
Aagje keek ineens streng. 'Je moet niet alleen aan jezelf denken Plonia', zei ze. 'Denk eens aan de dienstmeisjes die uitgebuit worden door hun werkgeefsters. Of aan vrouwen die moeten leven met een man die zijn geld verkwanselt in 't café. En als zo'n vrouw wat bijverdient, bijvoorbeeld door de was te doen voor een ander, kan haar man dat geld ook nog eens opeisen. Dat wettelijke recht heeft hij! Terwijl we als vrouw toestemming van onze man nodig hebben om geld van de bank te halen.'
Ik dacht aan Arie die me elke week netjes huishoudgeld geeft en knikte. 'Ja, voor die vrouwen is het misschien wel goed als er wat verandert. Maar zou 't echt nodig zijn dat vrouwen stemrecht krijgen voordat de regering zich om zulke arme drommels gaat bekommeren? En er is toch ook een dienstbodenbond.'
Toen dacht ik aan de waterketel die ik op het petroleumstel had gezet. Ik pakte mijn melkkan op. 'Aagje, ik zal er eens over nadenken. Nu moet ik mijn ketel van het vuur gaan halen.'
Ik struikelde bijna over mijn rokken toen ik me de trap in de dijk af haastte. De ketel was haast droog gekookt. Dat komt er nou van als vrouwen zich met politiek gaan bezighouden.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...